Juryrapport 2009
Jury rapport uitreiking NBN- Rabobank Scriptieprijs 2009
Beschouwing door jurylid Harry van de Kamp
Dames en heren,
U heeft zich vanmiddag gebogen over het bedrijfsethisch instrumentarium in de praktijk. Zojuist is het podium geboden aan onze drie genomineerden, die zich verdienstelijk hebben gemaakt door hun bijdrage aan de uitbouw en verdieping van de theorie.
De jury van de zo dadelijk uit te reiken scriptieprijs stond onder bezielend voorzitterschap van VU- en Radboudhoogleraar Eduard Kimman en bestond voorts uit Ko Henneman, Johan Wempe en mijzelf. Helaas is het Eduard vanwege een cumulatie van academische verplichtingen vandaag niet vergund in eigen persoon het juryrapport uit te spreken. Die eervolle taak is nu aan mij opgedragen.
Alvorens hieraan te voldoen, roep ik nog kort in herinnering waar het bij de NBN-Rabobank Scriptieprijs om gaat. Met deze prijs willen NBN en Rabobank de studie naar bedrijfsethiek en maatschappelijk verantwoordelijk ondernemen stimuleren; in het bijzonder de studie naar de implementatie en integratie daarvan in de bedrijfsvoering.
Voor zowel masterscripties, als voor bachelorscripties wordt een prijs uitgeloofd. Met nog vers in uw geheugen de zojuist gegeven presentaties van de drie genomineerde masterscripties is het wellicht boeiend om deze nog eens tegen het licht te houden van de criteria, die de jury bij haar beoordeling hanteert.
- Als een conditio sine qua non geldt voor ons, dat het gekozen onderwerp relevant moet zijn voor de bedrijfsethiek en het maatschappelijk verantwoord ondernemen, en de implementatie daarvan. Nog te vaak wordt de jury geconfronteerd met scripties waarin de ethische dimensie ontbreekt.
- Een direct daaropvolgend vereiste is de grondigheid en diepgang van het onderzoek. De jury gruwt van oppervlakkige observaties en gemakzuchtige conclusies die geen enkele bijdrage leveren aan de stand van de wetenschap.
- Extra punten scoort bij ons een werkstuk, dat kan bogen op waardevolle tips voor de praktijk.
- Datzelfde geldt voor de originaliteit van de casuskeuze of de benadering van het onderwerp; in ieder geval wordt een afgekloven bot door ons onmiddellijk terzijde geschoven.
- Uiteraard, maar de laatste jaren helaas steeds minder vanzelfsprekend, gelden de criteria van heldere formulering en correct taalgebruik. De klachten vanuit het hoger onderwijs over de gebrekkige taalbeheersing van studenten zien wij steeds meer in hun scripties geïllustreerd. Nogmaals roepen wij de scriptiebegeleiders op toe te zien, dat voor deze prijs geen werkstukken worden ingediend, die op taal een onvoldoende scoren.
Bij deze criteria zij aangetekend, dat de gewichten van de factoren per prijs-categorie verschillen. Bachelor-scripties worden primair beoordeeld op hun praktische relevantie; een bijdrage aan de theoretische discussie zien we als een extra kwaliteit. Master-scripties daarentegen beoordelen we allereerst op hun theoretische kwaliteit; praktische relevantie is daarbij een extra verdienste.
Maar voor beide categorieën geldt onverkort het criterium van op z'n minst fatsoenlijk taalgebruik!
Voordat ik overga tot bekendmaking van de prijswinnaar en de twee eervolle vermeldingen geef ik eerst nog even, zoals gebruikelijk, een korte beschouwing over de inzendingen in het algemeen. In totaal ontvingen wij de werkstukken van 21 gegadigden. Ik teken hierbij aan, dat dit totaal fors werd gedrukt door het lage aantal van drie inzendingen voor de bachelorprijs. Opvallend genoeg alle drie afkomstig uit Amsterdamse onderwijsinstellingen; twee afstudeerders van twee HBO’en en slechts één universitaire bachelorscriptie.
De jury slaagde er helaas niet in om van deze wel zeer dunne spoeling kwaliteitschocola te maken. Derhalve ditmaal dus geen prijs of eervolle vermelding en dus ook geen presentatie in deze categorie.
Het geringe aantal bachelor-inzendingen vanuit het HBO werd enigszins gecompenseerd doordat wij onder de 18 inzendingen voor de masterprijs voor het eerst aangenaam werden verrast met twee master-scripties vanuit het HBO. Het spijt ons, dat wij deze vernieuwende initiatieven niet meteen hebben kunnen belonen met een prijs of eervolle vermelding. Maar laat het een aanmoediging zijn voor toekomstige HBO-inzenders, dat de huidige er niet al te ver van af zaten.
Onder de resterende 16 scoorde onze vaste hofleverancier, de Erasmus Universiteit, dit jaar wel erg hoog met maar liefst zeven inzendingen. Wellicht tegen de eigen verwachting in, ditmaal geen bekroning, maar wel enkele werkstukken die pas afvielen na een nek-aan-nek beoordeling. Rotterdam kan zich troosten met de gedachte, dat het ook wel erg veel van het goede zou zijn, wanneer zoals in het recente verleden die universiteit jaar na jaar met de prijs gaat strijken.
Dames en heren, door de presentatie van de drie genomineerden hebt u voor uzelf al een oordeel kunnen vormen over de kwaliteit van hun werkstuk. Rest mij nu het oordeel van de jury te laten volgen en daarbij te vermelden welke scripties een eervolle vermelding is ten deel gevallen en welke dit jaar de NBN-Rabobank Scriptieprijs heeft behaald.
In willekeurige volgorde begin ik met de Masterthesis van Mary Kearny over ‘integriteitsschendingen binnen Nederlandse gemeenten’. Om maar meteen in huis te vallen met de grootste verdienste van deze scriptie: de auteur is erin geslaagd deze scriptie over een actueel onderwerp zowel een wetenschappelijke als maatschappelijke relevantie te geven.
De wetenschappelijke relevantie schuilt daarin, dat Mary aan het onderzoek van haar scriptiebegeleider Karin Lasthuizen - toch niet de minste in de bedrijfsethiek - niet alleen een uitbreiding maar ook een verdieping geeft. Het onderzoek van Lasthuizen c.s. had betrekking op de politiesector. Het onderzoek van deze scriptie beoogt te achterhalen in hoeverre de resultaten van Lasthuizen vergelijkbaar zijn met de resultaten op het brede terrein van gemeentelijke organisaties. De maatschappelijke relevantie is erin gelegen, dat gemeentelijke organisaties meer zicht krijgen op de mogelijkheden van een effectiever integriteitsbeleid ondermeer door het hanteren van enkele door Mary aangedragen vuistregels.
Met deze scriptie voldoet de auteur weliswaar niet ten volle, maar wel in veel opzichten aan onze voor de prijs gehanteerde criteria, waaronder de grondige aanpak en niet te vergeten het uitstekende Nederlands.
Vanwege deze kwaliteiten kent de jury de scriptie een Eervolle Vermelding toe. Mary, van harte gefeliciteerd met dit werkstuk, waarop jij terecht trots mag zijn! En natuurlijk ook gelukwensen voor de Vrije Universiteit.
Dames en heren, dan kom ik nu bij de twee overgebleven scripties. Allereerst wil ik u deelgenoot maken, hoezeer de jury geïmponeerd is door het vele en gedegen werk van Fédes van Rijn. Maar dat niet alleen. Fédes is ideëel gedreven, wil in de toekomst graag bijdragen aan de verbetering van de levensstandaard van de velen, die het zoveel minder hebben dan wijzelf en hoopt dat deze studie daartoe een bijdrage kan leveren. Een illustratie daarvan is haar keuze voor het veldwerk onder de koffieplanters van Peru. Dat ideële gedrevenheid uitstekend gepaard kan gaan met een voor de wetenschap vereiste nuchtere en kritische instelling bewijst de inhoud van de scriptie. De auteur bouwt voort op drie voorgaande onderzoeken om de effecten van speciaal voor koffieplanters in het leven geroepen opleidingsinstituten op hun werk en gezinnen te meten. Zij geeft deze effecten de verzamelnaam de ’socio-economic impact’. Het originele van haar meting is, dat zij daarbij twee meetmethoden combineert om te kunnen vaststellen wat enerzijds de effecten zijn op alle aspecten van de productie door de koffieplanters, anderzijds op de diverse gevolgen voor de levensstandaard van hun gezinnen. Dit alles wordt onderbouwd met de gegevens uit meer dan 200 uitvoerige enquêtes. Het tekent de betrokkenheid van Fédes met haar populatie, dat zij de interviews laat afnemen door 10 landbouwstudenten en landbouw-afgestudeerden, allen planterszonen uit de onderzochte regio. Ook hier voldoen zowel de totstandkoming van de vragenlijsten als de verwerking van de uitkomsten aan strenge wetenschappelijke eisen.
Bij al dit gedegen werk stelt de jury slechts één kritische vraag: waarom heeft de auteur deze studie niet benut om vanuit haar ideële betrokkenheid enkele dilemma’s nader te expliciteren en daarmee haar werkstuk een verdiepende ethische dimensie te geven. Achteraf wellicht een gemiste kans?
Ons slotoordeel: Het is een uitstekende scriptie die ten volle een Eervolle Vermelding verdient. Daarmee feliciteer ik Fédes van Rijn en haar Wageningen Universiteit van harte.
Daarmee is dan meteen bekend wie we kunnen gelukwensen met het behalen van de NBN-Rabobank Scriptieprijs. Inderdaad, Steven Flipse van de Technische Universiteit Delft.
Dames en heren, je moet het maar durven. Je bent afstudeerder Life Science and Technology; met vijf andere ambitieuze afstudeerders en maar liefst vier technologische supervisors participeer je in een prestigieus afstudeerproject in de Synthetische Biologie en je stelt aan de tien leden van het projectteam voor hun toch al niet geringe workload extra te belasten met een survey naar hun ethische opvattingen gerelateerd aan het onderzoeksproject. Wellicht ook tot Flipsen’s eigen verrassing gaan de teamleden akkoord om daaraan actief actief mee te doen.
Daarbij doet zich een onthullend en voor een Technische Universiteit misschien ook wel te verwachten verschijnsel voor. Alvorens zinvol te kunnen participeren in de survey, moeten de teamleden via door deskundigen begeleide brainstormsessies ‘gesensibiliseerd’ worden voor de ethische aspecten van het onderzoeksproject. Die sessies worden afgerond met een ‘value sensitive design’, gecoacht vanuit de Sectie Filosofie. Daarin wordt uiteindelijk vastgesteld welke ethische waarden door het projectteam in het onderzoeksproduct moeten worden gerealiseerd. Pas daarna kan door de leden zinvol een uitgebreide vragenlijst over de ethische aspecten van het project op de teamleden worden losgelaten.
De resultaten van de enquête onder de teamleden blijken echter allerminst eenduidig en moeten eerder worden gekenschetst als: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Voorts constateert de onderzoeker, dat de in het begin gezamenlijk vastgestelde waarden bij de huidige voortgang van het synthetisch-biologisch onderzoek nauwelijks meer een rol spelen.
Waarom bij zoveel magere resultaten dan toch een prijs aan deze scriptie toegekend? Deze vraag is te meer gewettigd, omdat de scriptie zich aan een zware zonde schuldig maakt: zij bevat geen ordentelijke literatuurlijst; deze is verstopt in een kleine zestig nauwelijks leesbare voetnoten. Maar wat voor de jury toch zwaarder weegt zijn de volgende overwegingen:
- Het werkstuk beschrijft een gedurfde en originele aanpak om zowel in het fundamentele als toegepaste onderzoek bij het ontwerpproces van nieuwe projecten al meteen bij de start de relevante ethische aspecten te betrekken.
- Tegelijk laat de scriptie zien, hoe groot nog steeds de afstand is tussen de wetenschap ethiek en een wetenschap als de synthetische biologie. Of in de woorden van de auteur: er is nog een lange weg te gaan alvorens we kunnen spreken van Synth-Ethische Biologie.
- Hoe bescheiden de resultaten ook van zijn eerste aanpak, toch heeft de auteur de moed deze ten voorbeeld te stellen aan het befaamde MIT te Boston, dat maar liefst 80 soortgelijke onderzoeksprojecten coördineert. Een van zijn aanbevelingen luidt: laat de aandacht voor de ethische aspecten in het project geen voorwaarde zijn voor een gouden medaille zoals nu wel het geval is. Laat integendeel de aandacht daarvoor bij het vaststellen van het ontwerp een voorwaarde zijn om mee te mogen doen.
Vandaag ontdekte ik overigens via Google dat op 12 november 2008 in Boston aan het onderzoeksteam van Flipse de gouden medaille is uitgereikt!
Dames en heren, hoewel de scripties van Mary Kearny en Fédes van Rijn misschien in strikt wetenschappelijk opzicht die van Steven Plipse overtreffen, heeft de jury hem toch de NBN-Rabobank Scriptieprijs toegekend. Wij hebben op zijn scriptie de schijnwerper van de prijs gezet, opdat zijn dappere poging een brug te slaan tussen ethiek en technologische wetenschap ook buiten het Delftse uitstraling krijgt. Wij hopen van harte, dat vervolgonderzoek zal uitwijzen dat en onder welke voorwaarden de aanpak van Steven Flipse succesvol kan zijn. Steven, jij en de TU Delft in ieder geval van harte geluk- gewenst met deze fraaie prijs.
Ik dank u voor uw aandacht
» Terug naar NBN-Rabobank Scriptieprijs

