Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Bedrijfsethiek Forum: Artikelen en stellingen Integriteit is een werkwoord - door Jos Delnoij en Hella van den Elshout

Netwerk Bedrijfsethiek Nederland

Onderdelen

Integriteit is een werkwoord - door Jos Delnoij en Hella van den Elshout

Het artikel "Vier deugden voor de ambtenaar" in de Verdieping van Trouw (dinsdag 24 augustus) opende met de zin: "Integriteit trainingen voor ambtenaren bestaan al jaren, maar ze gaan altijd alleen over regels." Niet alleen lijkt hij hiermee de Nederlandse overheden, die het afgelopen decennium integriteittrainingen hebben gevolgd, weg te zetten als kortzichtige domoren. Ook diskwalificeert hij collega-filosofen die werken aan de integriteit van de overheid als ondoordachte amateurs. Is dat terecht?

De gemeente Amsterdam (20.000 ambtenaren) heeft, in samenwerking met filosofen, de laatste tien jaar een integriteittraining ontwikkeld waaraan honderden ambtenaren en B&W’s van binnen en buiten Amsterdam hebben deelgenomen. Die trainingen gaan juist niet alleen over regels.

 Paul van Tongeren betoogt verder “dat het bij integriteit voor ambtenaren gaat om het creëren van een houding, ofwel om de feitelijke natuur van de mens te vormen tot een ideale natuur.”  Het zou dan gaan om een houding, “waarin iemand inhoud geeft aan zijn werk door de kardinale deugden van moed, rechtvaardigheid, maat en verstandigheid in zijn houding te integreren.” Een dergelijke theorie is zowel praktisch als filosofisch problematisch. Want je kunt jezelf vanuit je houding en streven naar het ideale ik heel deugdzaam voelen, maar het is de vraag of je daarmee moreel juist handelt.

Een voorbeeld. Als een ambtenaar van de burgerlijke stand meent vanuit haar persoonlijke of religieuze overtuiging geen homo’s te kunnen huwen, handelt zij mogelijk uit haar rechtvaardigheidsgevoel en vindt zij zichzelf verstandig. Maar wat iemand doet uit deugdzaamheid, vanuit zijn of haar gevoel van rechtvaardigheid, moed of verstandigheid, garandeert nog geen moreel juist handelen. Daarom moet er in integriteittrainingen onderscheid gemaakt worden  tussen integriteit als deugdzaamheid van de persoon (heelheid van mijn persoon) en morele integriteit (heelheid van de ander). Wat is het criterium voor morele juistheid? Dat is het antwoord op de vraag of je met je handeling (of besluit) recht doet aan betrokkenen. 

 Hoe doe je recht aan betrokkenen? Door alle relevante rechten en belangen zorgvuldig af te wegen. Hoe weet je welke rechten moeten worden meegewogen? Voor diegenen die afhankelijk zijn van de overheid worden morele rechten ontleend aan o.a. juridische regels, rechtsbeginselen, maar ook aan gedragscodes. Bij integriteitkwesties bestaat er nu juist spanning tussen al deze regels of richtlijnen. Het gaat dan ook om de vaardigheid een oordeel te kunnen vormen over wat moreel juist is om te doen. Het gaat om het inzicht in morele relevantie en argumentatieve gewicht van ingebrachte argumenten. Het gaat in deze weging dus niet om religieuze of juridische juistheid, noch om persoonlijke deugdzaamheid.

 Betekent dit dat de deugdethiek, zoals bepleit door Van Tongeren, in de prullenbak kan? Geenszins. Want de deugdethiek betreft een persoonlijke ethiek, waarbij het gaat om de vraag hoe je een mooi, deugdzaam mens kunt worden. Het is aannemelijk dat deugdzame mensen eerder geneigd zijn moreel juist te handelen dan ondeugdzame mensen. Deze benadering blijft echter steken in een voor de overheid onwenselijk waarderelativisme en brengt het risico met zich mee van subjectivisme en willekeur. Versies  van subjectieve willekeur zijn: ‘Als ik er zelf maar achter sta’, ‘Het is volgens mijn normen en waarden’ of de narcistische  versie ‘Ik kan mezelf recht in de spiegel kijken’.
Gelukkig gaat, in tegenstelling tot wat van Tongeren in Trouw beweert,  menig integriteittraining van de afgelopen tien jaar dieper dan het bevorderen van houdingsbewustzijn en het streven naar een ideaal ik. Voor een integere overheid hebben we een concretere handelingsethiek nodig, waarin gestreefd wordt naar dagelijks opnieuw handelen dat recht doet aan mensen en organisaties die betrokken zijn bij beslissingen van  ambtenaren en politici. Integriteit is een werkwoord. Deze aanpak leunt op het denken van de filosofen Kant, Levinas en Arendt.  En deze aanpak, gebaseerd op handelingsethiek, vertrekt bovendien vanuit het primaat van de politiek en is gegrond op de fundamenten van onze democratische rechtsstaat Nederland.

Klik hier voor het Trouw artikel online. In pdf klik hier.

Hella van den Elshout en Jos Delnoij
De auteurs zijn filosofen en werken sinds 2002 in Nederland en daarbuiten aan het bevorderen en verankeren van integriteit van ambtenaren en bestuurders in overheidsorganisaties. Onder andere werkten zij mee aan de Integriteitkubus II van Bureau Integriteit Openbare Sector en zij initieerden en voerden redactie c.q. leverden een bijdrage aan de bundel “Morele oordeelsvorming en de integere organisatie”.

Document acties

integriteit

door J.H.M. Remme op 20-09-2010 15:25
Het onderscheid tussen integriteit als deugdzaamheid van de persoon (heelheid van mijn persoon) en morele integriteit (heelheid van de ander) lijkt mij problematisch. Het lijkt er erg op alsof integriteit op zich niet genoeg is en er nog een overweging aangaande "de ander" aan moet worden toegevoegd. Dat is begrijpelijk, want integriteit is niet genoeg. Om een extreem voorbeeld te gebruiken (en bij ambtenaren te blijven): Eichman was waarschijnlijk integer. Hij had oprechte idealen, was loyaal naar zijn werkgever toe, ging oprecht met zijn gezinsleden en medewerkers om. Je wist waar je met hem aan toe was. Tegelijkertijd heeft die man zich aan afgrijselijke beestachtigheden schuldig gemaakt, zonder wroeging (geen intern conflict). Dan kun je met iets als "morele integriteit" dat oplossen, maar alleen als je uit mag gaan van een consensus over de relaties tot die ander. Om die reden kan Bin Laden zichzelf integer vinden, want er is geen tegenspraak binnen zijn gedragingen en uitlatingen, en zijn relaties tot "de ander" zijn de relaties zoals gecodificeerd binnen de umma en daar houdt hij zich vermoedelijk wel aan.
Het wordt wat anders wanneer je "de ander" opvat in Kantiaanse zin: welke ander dan ook. Maar dan is integriteit niet het grootste probleem, maar het vestigen van een dialoog-gemeenschap in Habermassiaanse zin.

Marcel Becker - Integriteit als deugd

door B.J. Odijk (web-moderator) op 27-09-2010 10:56
Het Trouw-artikel waarop Delnoij en Van den Elshout reageren is gewijd aan een DVD over deugdethiek en integriteit. Als één van de makers van de DVD neem ik de vrijheid toe te lichten dat hun bezwaren niet van toepassing zijn op datgene wat op de DVD gebeurt.
De auteurs spreken van een ‘praktisch en filosofisch problematisch’ gebruik van het begrip ‘houding’. Maar in de deugdethiek gaat de goede houding samen met het vermogen goed te handelen. Hiervoor zorgt de kardinale deugd verstandigheid. Zoals de grondlegger van de deugdethiek Aristoteles zegt: iemand die slaapt is niet deugdzaam, hoe goed zijn houding ook is. Deugd is dus niet een kwestie van gevoel maar van ‘goed leven en goed handelen’ (ook deze formulering is van Aristoteles). Wanneer de auteurs ‘deugdzaamheid’ omschrijven als ‘gevoel van rechtvaardigheid, moed of verstandigheid’ vervallen ze trouwens in een tegenstelling waar de deugdethiek niet aan wil. De associatie van ‘houding’ met ‘gevoel’ suggereert een oppositie tussen enerzijds (harde heldere) verstandelijkheid’ en anderzijds het (uiteraard subjectieve) gevoel en de emoties. De deugdethiek zet in op het overwinnen van deze tegenstelling. Als het gaat om de morele motivatie van mensen op de werkvloer (en daar gaat het toch om in integriteitstrajecten) spelen uiteenlopende argumenten en sentimenten een rol. De deugdethiek zet erop in dat geheel aan te spreken en ten goede te buigen.
    De auteurs stellen dat het er bij integriteit om gaat dat de ambtenaar ‘recht doet aan betrokkenen’. Helemaal mee eens; de bureaucratie is er niet primair om de individuele ambtenaar een prettig gevoel te geven, zij is er voor het algemeen belang. Alleen … wat is dat: ‘recht doen aan betrokkenen’, en hoe doe je dat? Delnoij en Van den Elshout: ‘Door alle relevante rechten en belangen zorgvuldig af te wegen’. Hier ligt een gevaar. De begrippen ‘rechten’ en ‘belangen’ zijn niet in zich moreel gekwalificeerd; zij kunnen zelfs moreel versluierend werken. ‘Rechten’ kunnen ook procedurele rechten zijn waarvan iemand moreel misbruik kan maken, en achter en onder de ‘belangen’ van mensen kunnen moreel perverse verlangens schuil gaan. Het gaat erom achter en onder de rechten en belangen de morele substantie boven tafel te krijgen. Dat is zeker mogelijk; een geslaagd voorbeeld vind ik de bijdrage van Van den Elshout in Morele oordeelsvorming, waarin ze de rechten-en belangen benadering verbindt met het Socratisch gesprek. Maar de deugdethiek neemt de vrijheid de rechten-en belangentaal over te slaan en direct de link te leggen tussen de menselijke motivatie en de morele zaken die op het spel staan. Door bijvoorbeeld bij de deugd ‘moed’ de vraag te stellen of het goed waar jouw organisatie voor staat bepaalde risico’s waard is. Of ten aanzien van verstandigheid zich af te vragen wat het goed waarnaar jouw organisatie streeft in een concrete situatie betekent. Of ten aanzien van de ‘rechtvaardigheid’, hoe de opdracht die jij vanuit de organisatie meekrijgt doorwerkt wanneer je tegenover heel ongelijksoortige burgers staat, die toch alle ‘gelijk’ zijn. Met andere woorden, als we de ‘morele relevantie en argumentatieve gewicht van ingebrachte argumenten’ willen bespreken, dan moeten we ze ook meteen noemen. De deugdethiek doet dat bij uitstek, op een manier die dicht bij de persoon ligt. Van ‘onwenselijk waarderelativisme’, ‘subjectivisme en willekeur’ is daarbij geen sprake. Wel van gevoel voor de situatie en context.
    Is de deugdethiek een ‘persoonlijke ethiek’? Wel in de zin dat zij de menselijke motivatie aanspreekt, en dat ze oog heeft voor de rijkdom aan morele psychologie. Maar ze is niet ‘persoonlijk’ in de zin van een soort solipsisme dat onverschillig zou zijn voor de maatschappelijke context.

Marcel Becker is universitair docent wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde Bestuurlijke Ethiek, een inleiding (2007), en werkte mee aan de DVD Integriteit deugt en het boek Deugdethiek en integriteit (2010).

Reactie op Van Tongeren, Delnoij en Van den Elshout, Remmé en Becker

door P. Winkler op 28-09-2010 16:22
Als iemand als argument voor de relevantie van zijn eigen werk aanvoert: "integriteit trainingen voor ambtenaren bestaan al jaren, maar ze gaan altijd alleen over regels", dan is diegene ofwel onvoorstelbaar onwetend van wat er in zijn eigen werkomgeving gebeurt ofwel op een zeer onethische manier bezig zijn eigen eigen werk te promoten door het ten onrechte diskwalificeren van werk van anderen. Deze openingszin was voor mij dus al reden genoeg om het hele artikel verder niet te willen lezen.

Maar ja, toch verder gelezen, en dan kom je teksten tegen als:

"Sinds de democratisering staat een baan bij de overheid open voor iedereen en is de moraliteit binnen het ambtenarenapparaat volgens Van Tongeren niet langer een standaard die bij iedereen hoog in het vaandel staat. „Maar dat betekent niet dat het vroeger beter was”, verduidelijkt hij. „Natuurlijk is het beter dat mensen uit alle lagen van de bevolking een baan kunnen krijgen waar hun voorkeur naar uitgaat.”

Het is werkelijk een schande. In de context van de discussie over strenger straffen, zou ik willen voorstellen dat Van Tongeren om deze uitspraken een aantal maanden gevangenisstraf krijgt of, beter nog, gedwongen wordt opgenomen in een heropvoedingskamp.

Van Delnoij en van den Elshout hebben wel de moeite genomen om uitgebreid te reageren op het artikel van Van Tongeren. En aan te halen wat we allemaal al weten: dat integriteitstraingen helemaal niet alleen gaan over regels. En ook verder bevat hun tekst weinig nieuws. "recht doen aan de belangen van alle betrokkenen", ja dat weten we ook wel. De reactie van Becker, althans de derde alinea ("De auteurs stellen... en verder) is in dit verband wel relevant en zorgt tenminste voor enige zinvolle verdieping. Verder is Becker's verhandeling nogal problematisch. Deugdethiek, waarbij de kardinale deugd 'verstandigheid' zou zijn, is in staat om gevoel en verstand met elkaar in overeenstemming te brengen. Kortom, met verstandigheid kun je slechte mensen in goede veranderen, aldus Becker. Nou ja, doe er uw voordeel mee...

Ten slotte: kunnen we nu niet eens afspreken om op te houden met dat irritante en zinloze 'name-dropping'?! Beckers citaten van Aristoteles en zijn referentie aan het Socratisch gesprek, Remmé's verwijzing naar een 'dialoog in Habermassiaanse zin'. Wees persoonlijk en zeg in je eigen woorden wat je bedoelt. Dat is ímmers de eerste voorwaarde voor ethisch zuiver handelen, denken en schrijven!