Goed dat hij ging? Een analyse - door Jos Delnoij
Gerd Leers is opgestapt als burgemeester van Maastricht en heeft onlangs afscheid genomen. Dat is in veel opzichte een verlies voor de stad, dat is zeker. Tegelijk is zijn vertrek geheel in overeenstemming met de heldere, harde lijn die hij zelf volgde; het gaat hier immers om de schijn van belangenverstrengeling. Integriteitvragen bij de overheid betreffen het doen en laten van ambtenaar en bestuurder en het is belangrijk dat in te zien. Het is dus géén kwestie van slechte of goede bedoelingen, en ook niet van persoonlijke waarneming en gevoel.
Onder andere over belangenverstrengeling en andere integriteitkwesties bestaat sinds 2006 nieuwe wetgeving, artikel 125 van de ambtenarenwet om precies te zijn. Gemeentes, ook Maastricht, hebben inmiddels dan allerlei inspanningen verricht op het gebied van integriteitbeleid: de ambtseed weer ingevoerd, scholing en vorming aangeboden aan ambtenaren, aan raad en college, en gedragscodes opgesteld. In Maastricht is het onder andere juist Leers, ondersteund en gemotiveerd door Maastrichtse ambtenaren, die zich sterk gemaakt heeft om hier aandacht aan te besteden. Het schenden van de eigen code ligt dan ook in dit geval, juist voor hem, extra gevoelig.
Mes
In de pers lazen we dat Leers in zijn eigen mes zou zijn gevallen. Dit suggereert dat het laten instellen van een gedragscode (door Leers, is de suggestie) vergelijkbaar is met het neerleggen van iets vlijmscherps, een wapen. Dit is echter allerminst het geval: het instellen van een gedragscode is door de wet voorgeschreven, en de meeste gemeentes in Nederland hebben er inmiddels dan ook een. Voorbeeldcodes zijn te downloaden van diverse sites, waaronder die van BING. Een gedragscode is geen wapen om te verwonden, maar een soort handige checklist om integriteitproblemen te voorkomen, onder andere door zelfs de schijn van verkeerd handelen te vermijden, omdat een overheid met de schijn tegen, het vertrouwen van de burger verliest. In Nederland houden wij er ook openbaarheid van bestuur op na. Die openbaarheid is een groot goed, dat heeft Leers nog eens bekrachtigd. Die openbaarheid is van een hogere orde dan individueel leed, ook dat heeft Leers goed gezien. Hij heeft zich sterk gemaakt voor een gedragscode, en daarmee uitvoering gegeven aan landelijke wetgeving. Niks mes, maar wet.
Papieren beleid, inzicht en handelen
Het tweede punt. Het lijkt nu een straf dat een burgemeester daar vervolgens ook zelf op wordt afgerekend. Hier wreekt zich misschien een breed misverstand omtrent integriteitbeleid. Wanneer een gemeente of een gemeente bestuur een gedragscode voor zichzelf vaststelt, kan daarmee misschien weliswaar één van de basisnormen integriteit worden afgevinkt; maar een norm, een zinnetje dat iets voorschrijft en ergens staat opgeschreven, is op zichzelf leeg. De bedoeling van een gedragsnorm is nu juist precies, dat degenen waarvoor die bedoeld is, zich er ook naar gedragen. Daarvoor is het nodig te snappen wat er staat en waarom het er staat. Integriteitbeleid komt slechts bij mensen binnen, als je tijd besteed aan de dialoog erover, als je er gezamenlijk over gaat nadenken. Dus een gemeente kan alle basisnormen afvinken, en alle voorbeeldcodes van internet overnemen en vaststellen; zo lang het niet ‘tussen de oren zit’ van raadsleden, bestuurders, ambtenaren, en zo lang het handelen zich niet richt naar de opgeschreven norm, blijft integriteitbeleid een dode letter al heb je er een hele ordner vol van.
Integriteit is een vak apart geworden de laatste decennia, er is een stroomversnelling van theoretische kennisontwikkeling en van praktijkkennis; er zijn gespecialiseerde bureaus die de overheid van binnen en buiten kennen en zinvolle adviezen en trainingen verzorgen. De praktische overheidsethiek is niet meer een kwestie van papieren dossiers en goede bedoelingen. Natuurlijk is het ook belangrijk dat burgers geloven in de goede bedoelingen van hun burgemeester. Alleen hoort een burgemeester niet te worden afgerekend op goede bedoelingen, maar op zijn handelen in het belang van zijn stad. Leers heeft dat begrepen en hiernaar gehandeld, en vertrok. Hulde.
Burgervader en formeel ambtsdrager
De functie van burgemeester bestaat uit in ieder geval twee componenten: de burgemeester vervult niet alleen een formeel ambt, maar staat ook aan het hoofd van de gemeenschap, en in die zin vervult hij niet alleen een ambt, maar ook een symbolische de-boel-bij-elkaar-houden-rol. In het geval van Leers zijn er twee dingen typerend voor deze tijd, in Limburg. Allereerst zijn we in Limburg grootgebracht met ontzag voor gezag. We zijn misschien wel extra gevoelig voor wat de elite zegt, doet, laat, zich permitteert. We trekken ons er iets van aan: we luisteren naar hen en we geven op hen af. Dit heeft nog alles te maken met de oude, hiërarchische ordening van de katholieke kerk. Juist in dit tijdsgewricht, waarin het kerkelijk gezag afgebrokkeld is, hebben we gezocht naar andere, veilige voorgangers. Daar was Leers er zonder twijfel een van. Dit verklaart mogelijk mede zijn enorme aantrekkingskracht en de impact van zijn val, en niet alleen in het Limburgse.
Compassie
Laten we tenslotte ook eens nader kijken wat het betekent wanneer een bestuurder de raad om compassie vraagt zoals in dit geval gebeurde. Het is een menselijke vraag, die in grote nood belangrijk is. Maar precies deze vraag in deze arena, veronderstelt nu juist die verstrengeling waardoor politici zonder kwade bijbedoelingen, zonder de wet te overtreden, sneuvelen. Dit zal ik uitleggen. Compassie betekent medelijden. Mededogen. Dat betekent dat je meevoelt met iemand die lijdt. Wanneer een burgemeester de raadsleden vraagt om meevoelen met zijn lijden, dan spreekt hij de raadsleden aan op persoonlijk gevoelsniveau, dan zegt hij: ik heb pijn en alsjeblieft voel met me mee. Maar dit mag natuurlijk nooit een politiek appel zijn om hem aan te laten aanblijven als burgemeester, en dat hebben de raadsleden misschien weer goed begrepen. Want medelijden is geen verstandige reden om een burgemeester laten blijven. Een burgemeester hoort zich, in de raadszaal, niet af te laten rekenen op zijn eigen lijden, maar op zijn handelen of het nalaten daarvan. Als burgervader daarentegen kan hij wel om compassie vragen. En dan mag de hele stad met een burgervader meeleven en hem troosten. Zoals ook gebeurde, welverdiend.
Vermenging ontvlecht
Als je goed kijkt, is deze vermenging van het persoonlijke met het politieke domein, met het culturele en religieuze, een van de dieperliggende grote kwesties in Nederland, ook in Limburg. Deze kwestie is in Limburg vooral op de voorgrond getreden na de publicatie van de “vriendenrepubliek” in de jaren negentig. De raad in Maastricht nu lijkt, gewild of ongewild, deze verstrengeling op dat dieperliggende niveau uit elkaar te hebben gehaald door én te zeggen: “We houden van u, burgemeester, we geloven in uw goede bedoelingen”, én hem alsnog weg te sturen uit het ambt. Dat is goed voor Limburg. Dat is een goed voorbeeld voor Nederland. Want het gaat niet slechts om het “imago van Maastricht”. Het gaat ten diepste om het vertrouwen van de burger in de overheid. En dat vertrouwen houdt de burgemeester die vertrekt, hoog; juist door zijn vertrek, houdt hij dit vertrouwen in de overheid, hoe tegenstrijdig het ook lijkt, in stand. Dat is goed voor Limburg, dat is goed voor Nederland. Zo houden we onze rechtsstaat levend en overeind.
Drs. Jos Delnoij is filosoof en integriteitspecialist bij de overheid en werkt met verschillende overheidsorganisaties, onder andere in Zuid Limburg.
» Terug naar Artikelen en stellingen

